De markt in Frankrijk
Wij hebben een zwak voor lekker eten en drinken in Frankrijk. Elke dag uit eten gaan zit er voor ons niet in, dus zoeken we regelmatig onze toevlucht tot lokale ingrediënten. Die vind je in elke grote supermarché, maar de echte ontdekkingen doe je erbuiten. Bij de groenteboer, de delicatessenzaak, de slager, de bakker of de viswinkel krijg je de mooiste verse producten, en de vriendelijke bediening krijg je er vanzelf bij.

Nóg leuker is de markt. Struinen over een Franse markt is op zichzelf al een genot. Wij verbazen ons keer op keer over het aanbod: kazen, hammen, gevogelte en specialiteiten die je thuis nergens vindt. Neem boudin, de verse bloedworst die je nog altijd op veel markten tegenkomt, en die in de Bourgogne bijna overal verkrijgbaar is. Nederlanders kijken er soms wat onwennig van op als verse waren open en bloot op de kraam liggen. Dat herkennen wij. Ooit hebben we de sprong gewaagd en sindsdien kopen we gewoon alles op de Franse markt. Het is ons nog nooit slecht bekomen.
Een handige tip: loop eerst rustig de hele markt door voordat je iets koopt. Let bij de slager en de visboer op waar een rij staat. Dat is bijna altijd het adres waar je moet zijn. Geduldig aanschuiven loont.
Voor onze eerste zelfgemaakte maaltijd van deze reis deden we onze inkopen bij een supermarché in Mer, vlak bij de camping. We sloegen gelijk even voor meerdere dagen in, want in de stacaravan stond een koelkastje met oven te wachten.
Het menu
We namen een kant-en-klare vispaté van Coquilles Saint-Jacques mee, Gravad Laks, salade, meloen, tomaat en natuurlijk wijn. Simpel, maar precies goed voor zo’n eerste vakantie-avond.
Marian maakte van olijfolie en frambozenazijn (in vrijwel elke Franse supermarkt te vinden) een dressing:
- 4 eetlepels olijfolie (extra vierge)
- 1 eetlepel frambozenazijn
- Een theelepeltje zachte mosterd
- Een klein beetje gembersiroop (handig om vanuit Nederland mee te nemen)
- Wat zout en peper, en flink door elkaar roeren
Even proeven met de vinger: hij moet zacht en licht zoet zijn, niet te scherp. Verdeel de sla over twee borden, leg er wat stukjes meloen en tomaat op, sprenkel de dressing erover en leg er een plakje vispaté bovenop. Stokbrood erbij, en je hebt een lichte maar smaakvolle maaltijd die je nergens anders zo vanzelfsprekend voor elkaar krijgt als in Frankrijk.
Het “hoofdgerecht” was in dezelfde stijl, maar nu met plakjes Gravad Laks op de sla. Een scheutje witte wijn over de zalm, en zorgen dat het glas ook vol is.
De wijn die we erbij kozen was een Cour-Cheverny, een frisse witte wijn uit de Loire-vallei die weinig mensen kennen maar die werkelijk uitstekend bij dit soort gerechten past. Fris en fruitig, met een geur van meloen en appel, en die appel proef je ook sterk in de afdronk. Heerlijk. En volstrekt lokaal, precies zoals het hoort.
